In het kader van een echtscheiding zijn drie soorten pensioen van belang:
- Ouderdomspensioen dat is opgebouwd bij een pensioenuitvoerder
- Eigen ouderdomspensioenvoorziening bij een verzekeraar of in eigen beheer
- Nabestaandenpensioen
Met betrekking tot het ouderdomspensioen geldt dat ieder recht heeft op de helft van het door de ander tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen, tenzij u bij huwelijkse voorwaarden hier andere afspraken over heeft gemaakt. U bent vrij om onderling
Uitbetaling geschiedt rechtstreeks door het pensioenfonds aan de andere partner op het moment dat de ene partner met pensioen gaat. Uitbetaling geschiedt in de vorm van een maandelijkse pensioenuitkering. Het voordeel van deze uitvoering is dat het pensioenfonds de uitkeringsverplichting uitvoert en ook de fiscale lasten voor u inhoudt.
Er zijn twee belangrijke voorwaarden verbonden aan de medewerking van het pensioenfonds. Het dient te gaan om ouderdomspensioen op grond van de ‘Wet verevening pensioenrechten bij scheiding’ (Wet VPS) en u dient binnen twee jaar na de echtscheiding aan het pensioenfonds melding te maken van de verevening middels een speciaal formulier.
Indien u een pensioenvoorziening heeft die niet onder de Wet VPS valt (bijvoorbeeld een lijfrentepolis) dan zult u de verdeling zelf moeten uitvoeren. U heeft dan een aantal mogelijkheden (afhankelijk van uw situatie en de polisvoorwaarden): de polis voortzetten en de uitkering in de toekomst delen, overname van de polis door de één tegen uitkoop van de ander, splitsing van de polis of beëindigen en afkopen van de polis.
Links: